frank@frankverborg.com

06 - 538 40 071​​

contact

blog

Dit moeten professionals doen

Bijgewerkt: 7 okt 2018



De openbare les van prof. dr. Manon Ruijters - 17 november 2017

De lerende organisatie was in de jaren negentig nog het toverwoord van de organisatiekunde. Maar is het begrip geen oxymoron, zoals warme sneeuw? Passen leren en organiseren wel bij elkaar? Leren leeft van grenzen opzoeken, experimenteren en reflecteren. Maar in organisaties gaat het om resultaat: ‘Gaan we nog wat doen?’ Toch is het onvermijdelijk dat organisaties in een wereld die voortdurend veranderd zich telkens opnieuw moet uitvinden, en dus moeten leren. Wat betekent leren in de praktijk anno nu?

In de aula van de Vrije Universiteit zaten heel veel mensen toen de nieuwe hoogleraar dr. Manon Ruijters, gepokt en gemazeld in de leertheorie én de organisatiepraktijk, het podium beklom om in haar oratie antwoord te geven op die vraag. Ik ging met minstens drie belangrijke inzichten en met vragen naar huis.

  1. Mentale ontwikkeling en praktische wijsheid kenmerken de stevige professional. Mentale ontwikkeling betekent: afwegingen kunnen maken, de zaak vanuit verschillende invalshoeken kunnen bekijken, ‘meer waarheden’ kunnen toelaten. Praktische wijsheid houdt in: initiatief tonen, vernieuwend zijn, anders durven denken, durven oordelen (‘Wat is hier het beste?’), eigenzinnig zijn maar ook weer niet te eigengereid want we moeten immers samenwerken. Kortom, we eisen nogal wat van elkaar, zo niet het onmogelijke. Zeker nu uit onderzoek blijkt dat slechts een klein percentage van medewerkers meerdere waarheden kan toelaten: ’Klopt dit wat ik denk?’ De moderne organisatie vraagt echter onverminderd om mentale flexibiliteit, emotionele soepelheid, karakter en deugd. Dat leer je niet in een opleiding en kun je niet trainen. Dat kost tijd, vraagt realiteitszin, ervaring, groei, worsteling en niet weten. Hoe ontwikkel je dat?

  2. Zonder norm geen reflectie en dus geen verbetering. Wat is ‘goed werk’? Teams kijken positiever naar hun prestaties als ze met elkaar normen hebben vastgesteld. Normen roepen vaak weerstand op omdat ze verward worden met dwingende regels (‘je mag niet door rood rijden’). Maar een open norm (‘de veiligheid van een medeweggebruiker niet in gevaar brengen’) gaat niet over goed/fout maar geeft richting én laat ruimte voor interpretatie. Zondere heldere norm of maatstaf als vertrekpunt verspillen we veel energie aan eindeloos napraten. De cruciale vraag is: aan welke norm wil ik mezelf of willen we ons als team laten meten?

  3. Het gaat om de opgave. Wat moet er bereikt worden? De lerende organisatie viel in de valkuil om het leren centraal te stellen. De stilzwijgende veronderstelling lijkt te zijn geweest ‘leren is goed, méér leren is beter’. Hierdoor is de hond met de staart gaan kwispelen. De uitdaging ligt erin om de aandacht te richten op de opgave in plaats van op teambuilding en teamontwikkeling. En om vervolgens rondom die opgave kortcyclisch te leren. Hedendaagse teams zijn niet meer de teams waarop veel theorie is gestoeld. Vaste teams werden vloeibaar, met doorlaatbare grenzen en steeds wisselende samenstellingen. Er blijft wel behoefte aan teamvorming en leren, maar die ontstaat vanuit een andere bron: de opgave ‘goed werk’ te realiseren. De professional die ‘goed werk’ wil realiseren moet volgens Mannon Ruijters balanceren. Tussen techniek (‘Wat is hier vakmatig het beste?’), pragmatiek (‘Wat is haalbaar?’), ethiek (‘Wat is goed?’) en esthetiek (Wanneer vind ik het mooi?).

De stokoude filosoof Aristoteles zou tevreden zijn. Ook ik ging tevreden naar huis vol verwachting over wat de kersverse hooggeleerde Ruijters ons nog allemaal gaat leren.

#veranderkunde #zingeving #organisatiekunde #levenskunst #leiderschap