blog

Dit is ware troost.



Over de koning en het hondje van Van Dantzig

‘Hij is een jongen van tranen’, zei voorganger en vriend van de familie Huub Oosterhuis over Willem-Alexander. ‘Hij kan huilen, zowel bij de begrafenis van Claus als van Friso zag ik het.’ Tijdens het grote interview aan de vooravond van zijn vijftigste verjaardag zagen we het allemaal. Koning Willem-Alexander verstopte zijn verdriet niet. En dat voelt goed. Hij deelt met ons zijn gemis.

Bij het zien van de bedroefde blik van de koning moest ik denken aan het hondje van Van Dantzig. Andries van Dantzig (1920-2005) was psychiater in Amsterdam. Hij vertelt ergens over het bijzondere gedrag van zijn hond. Gewoonlijk wanneer hij cliënten ontving in zijn spreekkamer lag zijn hond naast hem op de grond. Wanneer een cliënt zich tijdens het gesprek bedroefd ging voelen, stond de hond op en ging naast de stoel van de cliënt staan. Dikwijls gebeurde het dat de hond eerder dan de psychiater zelf het verdriet van de cliënt in de smiezen had en zijn snuit op de knie van de cliënt legde. Honden zijn sociale dieren en hebben een zeer fijngevoelig zintuig voor verdriet.

Als mensen door een traumatische gebeurtenis of een ernstig verlies getroffen worden, komen ze in een toestand van verdriet en rouw. Rouw is de fysieke, emotionele en mentale reactie van ons lichaam op verlies. Deze rouw, zegt Van Dantzig, uit zich in vijf verschijningsvormen.

In de shock, de verdoving, beschermt iemand zich tijdelijk tegen een overmaat aan prikkels en maakt zich onzichtbaar voor de vijandige wereld.

In de agressie mobiliseert iemand krachten om de ernstige verstoring te lijf te gaan.

In de onrust zoekt iemand wat verloren is gegaan, evenals in de zo moeilijk tot zwijgen te brengen hoop.

In het verdriet, ten slotte, toont iemand de wereld de waarheid van het gemis.

Dat verdriet heeft twee functies. De eerste functie is het maken van verbinding met wat verloren ging. Zo pogen we het verlies ongedaan te maken. In het toelaten van ons verdriet slaan we een brug naar wie er niet meer is. Maar die brug is niet volledig begaanbaar. In het verdriet beleven we namelijk tegelijk de aanwezigheid en afwezigheid van wat of wie verloren is gegaan. Dat maakt verdriet zo pijnlijk. ‘Niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’, zegt de dichter Vasalis.

Verdriet heeft ook een signaalfunctie. Verdriet zit namelijk niet alleen van binnen maar ook van buiten. Het is voor anderen zichtbaar. Allerlei lichaamssignalen maken duidelijk hoe we ons voelen. Tranen, neergeslagen ogen, hangende mondhoeken, een trage tred, of een gekromde rug laten zonder woorden zien hoe we er aan toe zijn. Door het verdriet mobiliseer je aandacht. Verdriet laat zien dat je hulp en troost nodig hebt.

Het hondje van Van Dantzig vertelt ons waaruit die troost bestaat: fysieke, stilzwijgende en vanzelfsprekende nabijheid. Honden zijn groepsdieren en als er één uit de groep verdrietige noodsignalen uitzendt, dan reageert de roedel daarop door zich om het dier in nood heen te scharen. Geen woorden, maar nabijheid.

Zo werkt het ook bij ons. Wanneer iemand getroffen wordt door een ernstig verlies en uit zijn of haar veilige wereld is gevallen, weten we vaak niet wat we moeten zeggen. Dat hoeft ook niet. Woorden bieden maar al te vaak een goedkope troost waarmee we de werkelijkheid zijn wrede gezicht willen ontnemen. Het hondje van Van Dantzig leert ons wat iemand in zo'n situatie meer nodig heeft: nabijheid. Mensen die gewoonweg om je heen staan. Door het openhartig tonen van zijn verdriet liet Willem-Alexander ons delen in zijn gemis en konden wij nabij zijn. Nabijheid is de ware troost.

#levenskunst

frank@frankverborg.com

06 - 538 40 071​​

contact